Bestekseisen voor asfalt

Moederbestek.nl 3.0
Toepassing Duurzaam Asfalt
Status: DEFINITIEF
Datum: 31 maart 2020

 

1. ALGEMEEN

DUURZAAM ASFALT
Voor duurzaam asfalt zijn de eisen geformuleerd wat betreft het verhogen van de circulariteit en het verlagen van de CO2-emissie. Eveneens zijn er eisen opgenomen hoe om te gaan met vrijgekomen materialen ten aanzien van hergebruik en recycling om de circulariteit van producten te waarborgen. Met deze eisen wordt invulling gegeven aan de landelijke en gemeentelijke doelstellingen. Na afloop van het project dient de aannemer een Projectcertificaat te overleggen aan de opdrachtgever.

Voor de procedure van de informatie overdracht om te komen tot een Projectcertificaat, zie www.moederbestek.nl/procedure-informatie-overdracht/

 

2. BESCHRIJVING
2.1 ALGEMENE GEGEVENS
04
BIJLAGEN
De volgende bijlagen behoren tot het bestek:
Moederbestek_procedure_informatie_overdracht
Moederbestek_asfalt_productblad_XXX

 

OMSCHRIJVING
XX AANBRENGEN XXX
Alle nieuw te leveren standaard XXX dienen te zijn vervaardigd van duurzaam asfalt conform artikel 01.14.07 van deel 3 van dit bestek.
Bepaalde XXX zijn vrijgesteld van deze eis, zie het productblad XXX
OF
Geen enkele XXX is vrijgesteld van deze eis, zie het productblad XXX

 

91 EENMALIGE KOSTEN
95 STELPOSTEN
Stelpost. invulling Betonketen Moederbestek
Op de stelpost worden verrekend de uitgaven voor de invulling Moederbestek.nl:
– naleving: beoordeling of het project voldoet aan de gestelde duurzame eisen;
– monitoring: rapportage ten behoeve van de voortgang realisatie Circulaire Economie.
Het genoemde bedrag is excl. btw.
EUR 825,00 V

 

3. BEPALINGEN

01 14 BOUWSTOFFEN

01 14 05 BESLUIT BODEMKWALITEIT

06
Asfaltverhardingen vervaardigd van ‘duurzaam asfalt’ dienen te zijn voorzien van een NL BSB Productcertificaat waarin is verklaard dat de verhardingen voldoen aan de in het productcertificaat vastgelegde milieu hygiënische specificaties en voldoen aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit.

 

01 14 07 DUURZAAM ASFALT

01
Duurzaam asfalt dient te bestaan uit secundair toeslagmateriaal. De minimale eis voor secundair toeslagmateriaal (% m/m) staat op https://www.moederbestek.nl/asfalt/productblad

 

02
Duurzaam asfalt dient een MKI-waarde te hebben. De maximale eis voor de MKI-waarde (€) staat op https://www.moederbestek.nl/asfalt/productblad
De MKI-waarde voor duurzaam asfalt moet berekend zijn volgens de SBK Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken.

 

03
Voor wat betreft de stelpost Duurzaam Asfalt, zoals genoemd in bestekspost 950010, is tevens het onderstaande van toepassing:

Het asfalt moet voldoen aan de duurzaamheidscriteria zoals opgesteld door de opdrachtgever. Om te toetsen of werkelijk is voldaan aan de eisen voor duurzaam asfalt, wordt het werk gecontroleerd. Voor deze toetsing dient de mogelijkheid geboden te worden dat een audit en inspectie uitgevoerd kan worden van de productie van het te leveren asfalt c.q. het te verwijderen asfalt.

Ten behoeve van deze toetsing legt de aannemer contractueel vast met de toeleverancier(s) dat de, door BouwCirculair als competent voor het aspect duurzaamheid verklaarde certificerende instelling SKG-IKOB, toegang heeft tot alle relevante aspecten betreffende de productie van duurzaam asfalt c.q. het te verwijderen asfalt.

Bij een positieve beoordeling door de certificerende instelling krijgt de aannemer het Projectcertificaat. Bij oplevering dient de aannemer het Projectcertificaat aan de opdrachtgever te overhandigen.

 

01 17 VRIJGEKOMEN MATERIALEN

01 17 06 VERVOEREN VAN VRIJGEKOMEN MATERIALEN NAAR EEN INRICHTING

09
De aannemer dient het vrijgekomen asfalt(puin) te vervoeren naar een inrichting, zoals vermeld in 01.17.06 lid 03 van de Standaard RAW Bepalingen, welke beschikt over een certificaat BRL 9320.

 

01 17 08 BEWIJS VAN ONTVANGST
04
Conform artikel 01.17.08 lid 01 van de standaard RAW Bepalingen 2015 verstrekt de aannemer aan de directie of de daartoe aangewezen certificerende instelling SKG-IKOB een bewijs van ontvangst van de ingevolge het bestek aan een inrichting met een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning afgegeven inzake vrijgekomen teerhoudende en niet-teerhoudende materialen. Op het bewijs van ontvangst moeten de naam en het adres van de inrichting, de aard, de hoeveelheid, de herkomst en de vervoerder van de vrijgekomen materialen zijn vermeld.